'We moeten niet alleen opschalen, maar onze technologische voorsprong ook strategisch verankeren'

Waar veel Europese initiatieven rond batterijcellen zich stukbijten op massaproductie tegen bodemprijzen, kiest Nederland binnen het Battery Competence Cluster - NL (BCC-NL) voor een genuanceerdere route. André Schilt, boegbeeld van de pijler Duurzame Batterijcomponenten en Productieprocessen, legt uit hoe Nederland met hightech equipment, geavanceerde componenten en flexibele celproductie een onmisbare schakel bouwt in de internationale batterijketen. “We concurreren niet op bulk, maar op prestaties, wendbaarheid en technologisch meesterschap.”
De Europese batterij-industrie bevindt zich in een cruciale fase. Gigafabrieken die louter mikken op gigawatturen voor standaard personenauto’s ervaren zware tegenwind door de enorme schaalvoordelen en prijsdruk vanuit Azië. Toch biedt dat volgens André Schilt juist kansen voor de Nederlandse industrie.
Binnen het nationale groeifondsprogramma Material Independence & Circular Batteries (MICB) stuurt hij de programmalijn aan die zich richt op nieuwe materialen, productieprocessen en opschaling. “Er ontstaat in Europa een tweede golf,” schetst Schilt. “Die beweegt nadrukkelijk richting specialisatie. Elektrificatie beperkt zich immers al lang niet meer tot de reguliere personenwagen. Denk aan zwaar transport, maritieme toepassingen, luchtvaart, industriële toepassingen en defensie. Al die sectoren vragen om specifieke batterijeigenschappen: extreem hoge energiedichtheid, razendsnel laden of uitzonderlijke robuustheid. En dát vraagt om een compleet ander type productiesysteem.”

Het drieluik van de pijler
De pijler van Schilt rust op drie onderling verbonden thema’s die het fundament vormen van het Nederlandse ecosysteem:
- Nieuwe batterijmaterialen en -componenten: Het ontwikkelen van superieure materialen – met name op het vlak van geavanceerde anodes (zoals silicium en 3D-lithiummetaal), vaste-stof elektrolyten en natrium-ion-technologieën.
- Geavanceerd productie-equipment: Het ontwerpen van machines die flexibel genoeg zijn om snel tussen verschillende batterijchemieën en celformaten te wisselen.
- Batterijcel-productiefaciliteiten: Het realiseren van eigen, gespecialiseerde pilot- en productielijnen om innovaties uit het lab daadwerkelijk naar de markt te brengen
“Our strength lies in agility.”
“Onze kracht ligt in wendbaarheid,” legt Schilt uit. “Een gigafabriek die 50 gigawattuur aan identieke cellen per jaar uitspuugt, kan niet zomaar even van celchemie wisselen. Als je een yieldverlies hebt, stort je businesscase in. Wat wij nodig hebben, is hightech apparatuur die flexibel is aan de ingang én aan de uitgang. Aan de invoerzijde moeten we razendsnel de nieuwste materiaalvindingen kunnen integreren; aan de uitvoerzijde moeten we maatwerk leveren voor specifieke niche- en heavy-duty-applicaties. Door onze sterke Nederlandse machinebouw en materiaalkennis te koppelen via procesautomatisering en AI, kunnen we die complexe processtappen veel sneller optimaliseren.”
De sprong over het ravijn: van lab naar fabriek
Nederland beschikt over toonaangevende startups en scale-ups die wereldwijd vooroplopen in batterijtechnologie. Namen als LeydenJar, E-magy (beide poreuze silicium-anodes) en LionVolt (3D-lithium-metaalanodes) laten zien dat de kennis aanwezig is om de energiedichtheid met tientallen procenten op te schroeven. Maar juist de overgang van laboratoriumschaal naar volwaardige industriële productie is berucht en kapitaalintensief.
“Dat is waar de schoen wringt in deeptech,” benadrukt Schilt. “De sprong van megawatturen naar honderden megawatturen of gigawatturen is gigantisch. Bedrijven worstelen met die schaalsprong. Als cluster zorgen we ervoor dat we consortia smeden en publiek-private financiering mobiliseren – onder andere via MICB en NWO – zodat we deze parels niet aan het buitenland kwijtraken. We moeten voorkomen dat Nederlandse innovaties in een kwetsbare fase voor een habbekrats worden opgekocht door partijen buiten Europa. Dan ben je je strategische intellectual property (IP) en je verdienvermogen kwijt.”
Om deze kloof te dichten, investeert Nederland in gedeelde faciliteiten, zoals het onlangs gerealiseerde Open Battery Industrialisation Centre (OBIC) op de Automotive Campus in Helmond. In samenwerking tussen TNO, Holst Centre en VDL-ETS fungeert OBIC als open innovatiecentrum waar bedrijven celontwerpen, materialen en productieprocessen kunnen valideren en opschalen op representatieve schaal.

Defense and Dual-Use Applications as Accelerators
One notable and powerful catalyst for the sector is the growing urgency surrounding strategic autonomy and defense applications. On behalf of TNO, and in close coordination with the cluster, Schilt is involved in feasibility studies for establishing a domestic battery cell production facility in the Netherlands.
“Where is the strongest demand for high-performance batteries today? Defense,” Schilt states unequivocally. “Defense organizations urgently need batteries with exceptional performance for drones, communication systems, and mobile applications. They have urgency, and geopolitically they simply cannot afford to depend on Asian supply chains. By using defense as a launching customer and cleverly linking this to dual-use applications for civilian markets, such as heavy-duty transport and aviation, we can create momentum for a national production facility.”
Samenwerken vanuit kracht
Hoewel Nederland geen ambities heeft om de hele waardeketen in zijn eentje te bezetten, is het volgens Schilt cruciaal om zogeheten 'control points' te beheersen.
“Je hoeft niet alles zelf te doen, maar je moet wel iets hebben waarmee je aan tafel zit,” zegt hij. “Wij zijn in Nederland buitengewoon sterk in anodes. Als je die positie stevig verankert, ben je een aantrekkelijke partner voor buitenlandse ‘giganten’ die kathodes produceren. Precies dat is wat we met BCC-NL aanjagen: we bouwen internationale bruggen. Denk aan de intensieve samenwerking met Duitsland – niet voor niets ons focuspartnerland tijdens de laatste Dutch Battery Day – waarbij we onze innovatiekracht en materiaalkennis koppelen aan de sterke Duitse machinebouw en automotive-industrie.”
Dat die integrale aanpak aanslaat, bewees de animo op de Battery Day in Den Bosch, waar bijna zeshonderd professionals en internationale delegaties samenkwamen.
“Buitenlandse partners, onder meer uit Zuid-Korea, zijn oprecht onder de indruk van hoe goed we in Nederland georganiseerd zijn. Kennisinstellingen, mkb, grootbedrijf en overheden trekken via een gezamenlijke Nationale Batterijagenda aan hetzelfde touw. Daarin verschillen we echt van de meeste andere landen.”
Blijven voeden van de pijplijn
Hoezeer de focus nu ook op productie moet liggen, Schilt waarschuwt voor de verleiding om in de huidige fase van industrialisatie het fundamentele onderzoek uit het oog te verliezen. “Industrialisatie en opschaling zijn nu met recht het zwaartepunt van ons beleid. Maar je behoudt je voorsprong alleen als je tegelijkertijd investeert in wat ik noem strategische innovaties. Universiteiten zoals Twente, TU Delft, TU Eindhoven en Groningen leggen het fundament voor volgende generaties cellen, zoals natrium-ion en vaste-stofsystemen. TNO en partners vertalen dat vervolgens via faciliteiten zoals OBIC naar toepasbare technologie. Als we die pijplijn niet continu blijven vullen, lopen we over vijf of tien jaar alsnog achter de feiten aan. De kunst is om beide werelden naadloos in elkaar te laten grijpen.”
Contact
Meer weten over de projecten binnen deze pijler of aanhaken bij een van de consortia? Neem contact op met:

